Friet of Patat?

Een patatje op z’n tijd, wie houdt er niet van? Ik moet zeggen; ondanks dat wij thuis iedere vrijdag onze patatjes bakken in de airfryer, blijft het toch een genot om ééns in de zoveel weken een paar lekkere verse, in de frituurolie gebakken patatjes met mayonaise te nuttigen. Gewoon, omdat het toch ook wel zijn charme heeft om bij de lokale snackbar dat frituurvet te horen borrelen. De sierlijke boog waarmee de snackbarhouder de inhoud van het netje in een schaal giet. En het zout wat als een lokale regenbui over de patat wordt gestrooid. Alles in de puntzak, een dikke klodder mayonaise er over en prikken maar! Is dat dan de bekende ‘cheat day’? Ik vrees van wel, al zullen sommigen liever zeggen: ‘friet day’.

Het is in de foodwereld een eeuwenoude discussie: zeggen we liever patat of friet (frites)? Voor wie familieleden in zowel het noorden als zuiden van het land heeft wonen, zal het vast een leuke discussie zijn op verjaardagen. Het is algemeen bekend dat men boven de grote rivieren eerder ‘patat’ zegt, waar de zuidelijke provincies het liever over ‘een frietje’ hebben. Sterker nog, vroeger werd er zelfs door het hele land ‘patatfriet’ gezegd, hoe verwarrend wil je het hebben?

Als we het woord ‘patatfriet’ onder de loep nemen zien we twee dingen: patat (de aardappel in het Vlaams) als zelfstandig naamwoord en friet (van het frituren) als toevoeging. De grammatica waar het zelfstandig naamwoord eerst komt, gevolgd door een toevoeging, komen we veelvuldig in de Franse taal tegen. Denk maar eens aan ‘haricots verts’ (bonen groen) salle de bains (kamer van het bad) en natuurlijk ‘pommes frites’. Hé, is dat niet de Franse benaming voor de gele aardappelreepjes die wij patat of friet noemen? Vermoedelijk is het woord patatfriet dus ontstaan in het Waalse gedeelte van België waar ze de grammatica wel Frans hebben gehouden, maar de woorden Vlaams.



Nu heb ik al sinds mijn jeugd een aantal Belgen in mijn vriendenkring welke ik vaak (tijdens de ‘succes’jaren van ons Oranje) plaagde over het nationale voetbalteam van de Belgen. Een zin welke ik dan vaak naar mijn hoofd kreeg was: ‘Ik ga je een patat geven’. Tijdens de eerste keren zat ik dan hongerig te wachten op een patatje met Belgische mayonaise, maar na tóch een keer vragen werd ik als Nederlander uitgelachen. Ze bedoelden hiermee dat ze me een dreun zouden geven. Een patatje van eigen uh… aardappel dus!

Toen ik de zin ‘Ik ga je een patat geven’ ging Googelen stuitte ik op een onderzoek van dialectoloog Jan Stroop, welke uitlegde dat de Belgen en inwoners van onze zuidelijke provincies, het woord ‘patat’ voor aardappel gebruiken, maar dus ook voor een dreun. Vermoedelijk zijn ze dus met het woord ‘friet’ aan de haal gegaan om een ‘patatje’ te bestellen. Dit om het woord ‘patat’ niet nog meer betekenissen te geven. Omdat wij (en dan doel ik voor het gemak even op noord en midden Nederland) geen andere betekenis voor patat hebben, was de keuze snel gemaakt.

Dus, is er een logische verklaring voor hoe wij deze snack noemen? Weldegelijk! Maar is er een goede of foute term? Nee, dus ik blijf gewoon lekker patat zeggen.